Chat Pile | Who Loves The Sun
In een wereld die in toenemende mate wordt gevormd door vluchtige en verbruikbare inhoud, antwoordt Chat Pile met iets weerbarstig echts en organisch – een benadering die Who Loves The Sun, het derde full-length album van de band, doordringt.
Niets aan Who Loves The Sun voelt kunstmatig. Waar het debuutalbum God's Country een bijzonder Amerikaanse vorm van existentiële angst uitbeeldde, en de opvolger Cool World een brutale wereld toonde, gekenmerkt door wereldwijd en systemisch geweld, gaat Who Loves The Sun een laag dieper en legt bloot hoe collectieve onverschilligheid mede het 21e eeuw definieert.
Door middel van beelden van kustlijnen die steden opslokken, hopeloze banen en de onderwerping van de mens aan datagedreven onauthenticiteit, ontleedt het album de met apathie gevulde toestand die onze tijd kenmerkt. Het resultaat is een portret van het moderne leven als een langzaam ontvouwende apocalyps.
Sinds de oprichting iets meer dan zes jaar geleden is het in Oklahoma City gevestigde kwartet Chat Pile uitgegroeid van een bescheiden passieproject tot een van de meest opvallende en toonaangevende zware bands die uit de underground van de jaren 2020 zijn voortgekomen. Ray B. (zang), L. Manhole (gitaar), Stin (bas) en Cap’n Ron (drums) creëren een verpletterende, rauwe en verlossende vorm van noise rock, die een onmiskenbare menselijkheid vangt in een tijd gekenmerkt door technologische overbelichting en een steeds bottere samenleving.
Net als in veel van het overige materiaal van Chat Pile, rust Oklahoma City zwaar op hun nieuwe album, Who Loves The Sun, als een personage op zich. De uitgestrekte isolatie, economische tegenstellingen en onderliggend verval van de stad zijn verweven in het DNA van het album. De perfecte allegorie voor de thematische kern van de plaat is te vinden op de cover, waar de Devon Tower – een met glas beklede en grotendeels lege monoliet – boven de skyline van Oklahoma City uittorent, terwijl een afgebrand huis of winkelpand de voorgrond domineert.
Het album blijft zowel lyrisch als sonisch confronterend, maar deze keer heeft Chat Pile meer focus gelegd op sterke melodieën en pakkende songstructuren. De inspiratie komt onder andere van de melodische kant van indierock, alternatieve rock en new wave uit de periode voor de millenniumwisseling. Van de bloedige en intense vocale passages op “Christabel ’26” tot de onrustwekkende triphop-puls op “Same Rules” oogt Who Loves The Sun diep menselijk – zelfs wanneer het draait om beelden van een stervende en verscheurde wereld.